Trainer

    Het was een donkere zondag in Dordrecht, valt er op internet te lezen als je zoekt op 2 juli 1989. Maar daar zullen mijn ouders hopelijk nog steeds anders overdenken. Mijn vader had wel direct door dat hij zijn handen vol zou hebben aan mij. Hij besloot om met mijn komst in het gezin, zijn wedstrijdfiets na 30 jaar aan de wilgen te hangen.

     

    Ondanks dat er in de familie niemand meer actief aan wielrennen deed, gingen mijn ouders nog geregeld naar de Dordtse club ‘de Mol’ en wielerwedstrijden. Met als resultaat dat mijn broer op 8-jarige leeftijd stond te springen om ook te gaan wielrennen. Hij had immers zelf uitgevonden dat je dan oud genoeg was om mee te doen. Zoals een echt zusje betaamd wilde ik natuurlijk alles doen wat mijn broer ook deed en dus volgde een paar jaar later ook mijn eerste meter op een racefiets.

     

    Mijn ouders hadden een slagerij in de wijk waar we woonde, een familiebedrijf wat ooit opgezet was door mijn vaders opa. Logischerwijs had mijn vader niet altijd evenveel tijd, maar dat vergaf ik hem met gemak als hij weer eens een heerlijk biefstukje apart hield voor mijn lunch bij oma (die woonde aan de winkel).

     

    Voor ik op de fiets stapte, was ik ook al fanatiek aan het turnen. Dus werd het een druk sport bestaan. Een keuzen maken was onvermijdelijk. In beide sporten droop het talent er niet bepaald vanaf kan ik je zeggen. Maar kennelijk vond ik het toch leuker om elke wedstrijd te moeten lossen van het peloton dan met kromme tenen door de lucht te vliegen.

     

    Als ik niet op school zat of aan het sporten was, vond ik het erg leuk om in de winkel te helpen. Dit dat beperkte zich wel tot worst uitdelen aan kinderen en alles netjes verpakken, oja en in de weg lopen. Toen ik eindelijk oud genoeg was om de snijmachine zelfstandig te gebruiken (dit was toch een stuk leuker als schoonmaken), besloot mijn vader de winkel te verkopen.

     

    Mijn pubertijd heb ik doorgebracht in het dorp Oud-Beijerland. In deze periode ontdekte ik wat training tot gevolg had. Tot die tijd reed ik alleen mijn trainingen op de vereniging, deed in de winter niks aan wielrennen, met tot gevolg dat ik zelfs een keer geen wedstrijden mocht rijden van mijn ouders. Ik moest eerst maar eens gaan trainen, zodat ik tenminste een niveau had. We verhuisde dus naar Oud-Beijerland 30km van Dordrecht waar ik lid bleef. De ritjes naar de club leverde mij automatisch extra trainingskilometers op. Alleen tegen de wind of afzien in het wiel van mijn broer. Langzaamaan kon ik steeds beter mee in de wedstrijden, lukte het een enkele keer aan te vallen of een prijsje te pakken.

     

    Ik heb niet bepaald wat ze noemen een studiebol en dus ging ik na de middelbare school het Cios volgen. Een praktische opleiding met de nodige lichamelijke beweging. In deze periode begon ik het wielrennen ook steeds meer onder de knie te krijgen. Nog altijd was het trainen niet echt iets waar ik per definitie naar uit keek. Dus leek het mij wel slim om al die sportlessen op school maar fanatiek te doen, dan had ik wel weer voldoende getraind. Na vier jaar, had ik mijn papieren als bewegingsagoog.

     

    Het duurde zoals altijd een half seizoen voor ik opgang was, maar in mijn eerste jaar tussen de Elite ging ik aan het einde van het jaar toch in dezelfde groep als Marianne omhoog. Zij het bijna hyperventilerend terwijl zij gewoon een praatje hield.

    Ik werd getipt door Chantal Blaak of ik niet voor de nieuwe ploeg van Leontien (v. Moorsel) wilde rijden. Extreem verlegen stapte ik samen met mijn vader, een paar weken later bij Mike en Leontien binnen. Natuurlijk wilde ik voor hun rijden, hoe gaaf is dat! Kreeg ik alleen wel even op m’n hart gedrukt van mijn pa dat ik er niet meer mee weg kwam om niet te trainen. Dat nam ik maar voor lief. En verbaasde iedereen inclusief mijzelf om mijn allereerste wedstrijd van het nieuwe seizoen te winnen.

     

    Na 4 leerzame jaren stopte de ploeg AA-drink en kon ik een contract tekenen bij de Rabobank. De jaren in dit shirt, volgden nog meer mooie overwinning en werd ik onder andere twee keer Nederlands Kampioen. Ook pakte ik in de winter weer wat crossen mee. Na mijn juniorentijd had ik die fiets niet meer aangeraakt, maar de blubber bleef toch trekken. Met mijn Twingootje volgeladen (ja dat paste ik had maar 2fietsen) naar de cross. Samen met Anna van der Breggen even 3x de straat op en neer rijden en hup naar de start. Inderdaad we namen het allesbehalve serieus, tot het startschot viel dan. Vanaf dan was de gretigheid om van voor te komen ervan af te lezen en ondanks mijn te korten op technisch vlak, kon ik mij redelijk handhaven in de subtop.

     

    Het duurde uiteindelijk 4 jaar voor ik weer vernieuwing nodig had in de vorm van een nieuwe ploeg. Ik verhuisde naar Team Sunweb. Ze wisten een mooie uitdaging voor mij neer te zetten. Door mij vooraf voor sommige wedstrijden aan te wijzen als kopvrouw. Met daarnaast in andere wedstrijden mijn rol als captain, zoals ik die ook de afgelopen jaren al weleens had vervuld.

    Met deze nieuwe stap wilde ik ook een nieuwe stap in de cross. Geen vlierenfluiten meer, maar het serieus aanpakken. Ik wilde ervoor gaan trainen, ja trainen, na al die jaren ben ik het trainen soms zelfs leuk gaan vinden. En als ik ook wereldtop in de cross wilde worden zou ik moeten gaan werken aan mijn techniek. Nog voor mijn laatste seizoen bij Rabobank echt teneinde was, ben ik begonnen met trainen. Liet ik het WK in de bakoven van Qatar aan mij voorbijgaan en maakte in mij klaar voor mijn eerste EK-cross. Hier behaalde ik uiteindelijk een zilveren medaille en later tijdens het WK greep ik na de nodige glijpartijen net naast het podium. Deze fanatieke aanpak had gelukkig niet alleen een goed effect op mijn cross-skills, maar ook op mijn vorm op de weg, en won ik de openingsklassieker ’t Nieuwsblad.

     

     

    Start typing and press Enter to search