Sleutelen aan mijn positie op de fiets

De douw hangt nog boven het landschap als ik de grens over rijd naar Duitsland. Vandaag geen lange of zware trainingen, nee deze dag staat in het teken van testen. Ik ben onderweg naar de wielerbaan in Büttgen, de basis van een paar Duitse aerodynamica en wattage ‘freaks’.

Vorig jaar nog ben ik anders op mijn tijdritfiets gaan zitten, met behulp van een Apex fietsmetingsysteem die precies ziet hoeveel wattage ik trap in welke positie. Hierdoor kon ik meer wattage gaan trappen. Nu is het tijd om die kracht te gebruiken terwijl ik ook nog zo aerodynamisch mogelijk op mijn fiets zit.

Onwennige spanning
Wanneer ik de kille, lege en vooral stille baan binnen stap, voel ik een onwennige spanning opkomen. Veel dingen die met het wielrennen te maken hebben, zijn niet nieuw meer voor mij. Nu is dat anders, ik weet niet wat mij te wachten staat. Hoe gaat het in zijn werk? Geen ‘blok’ training, maar ga ik toch afzien? Gaan ze veel aan mijn positie veranderen?

Verandering is toch niet echt waar een wielrenner op zit te wachten. Alles moet zoveel mogelijk hetzelfde en vertrouwd blijven, ook ik neig met enige mate naar deze standvastigheid. Ik weet dat je moet innoveren, maar het onbekende is soms toch te spannend om de stap uiteindelijk ook te zetten.

Tijd voor de uitleg. Het is de bedoeling om alle keren 10 rondes rond de 45 km/h te rijden, om effect te kunnen zien en alles goed met elkaar te vergelijken. De eerste keer wordt als nulmeting genomen, deze moet je dan wel weer 2 á 3 keer doen zodat je feeling krijgt om zo constant mogelijk te rijden. Na deze nulmeting zullen er naar Duitse kennis aanpassingen aan de fiets worden gedaan, waar weer 10 rondes op volgen.

Tijdritstuur
De eerste keer de baan in dan maar. Oei, toch weer even spannend voor iemand die dit zelden (lees nooit) doet. Ik moest dan ook mijzelf er even van overtuigen dat je echt wel liggend op een tijdrit-stuur door de bocht kan rijden, met het idee dat baanrenners niet anders doen.

Na mijn rit, wordt de wattagemeter direct aan de computer gehangen en de bruikbare gegevens in een programma verwerkt. Zo nu gaan we dan eens even sleutelen aan die fiets dacht ik. Nou mooi niet dus, tijd voor ‘droogtraining’. Ik werd op mijn fiets gezet, de mekanieker als statuut achter mij. “Zo ga eens in de tijdrithouding zitten.” En terwijl ik daar, niet al te comfortabel, lag werd er uitleg gegeven over waar aerodynamica om draait. Waar komt de wind en wat gebeurd er met die wind. En nu? Mag ik er weer af, gaan we wat veranderen?? “Oké, deze positie is niet slecht, maar trek nu je schouders eens op en je hoofd naar beneden.” Foto’s werden er gemaakt om mij het verschil in frontaal oppervlakte te laten zien. Een groot verschil kan ik u vertellen. “Goed blijf zo maar even een tijdje staan, schouders goed optrekken niet verslappen”. Tien minuten later na een aantal malen te zijn gecorrigeerd mocht ik nog eens de baan in.

Minder wattage nodig
Schouders op, hoofd in en met hooguit een halve meter zicht een baan in, is geen pretje kan ik u verzekeren. Maar goed, het resultaat mocht er zijn, ik had minder wattage nodig voor hetzelfde resultaat.

Na verschillende aanpassingen aan het stuur, telkens weer gevolgd door een testrit, lijkt het meeste rendement behaald. Of thans dan moet ik toch wel die meest ideale positie kunnen vasthouden. Nee, inderdaad dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Om dit naast de fysieke training te kunnen oefenen, werden en nog wat ‘grondoefeningen’ voor gedaan.

Conclusie van de dag: Heel wat zweetdruppels lichter én wijzer terug naar huis. Máár absoluut een nuttige dag. Er is aan mijn positie geknutseld, maar geen veranderingen rond de ‘goudmijntjes’. Vooralsnog heb ik er een goed gevoel bij en was ik onterecht bang voor een totale verandering van mijn positie.

Lucinda Brand

Leave a Comment

Start typing and press Enter to search