Ritwinst Lucinda na superbocht

Traag is Lucinda niet bepaald, maar een massasprint winnen in een profkoers is toch een heel ander verhaal. Vrijdag lukte haar dat wel in de tweede etappe van de Energiewacht Tour van die dag. Een huzarenstukje. Ze moest wel een ‘Truc speciaal’ tevoorschijn toveren om superspecialisten als Jolien d’Hoore, Barbara Guarischi, Trixie Worrack en Kirsten Wild te verrassend. Een superbocht in de laatste 200 meter. Niemand durfde of kon volgen. Lucinda won vervolgens met vier lengtes voorsprong.

Het was een geweldige goedmaker voor Lucinda en de ploeg voor de ochtendsessie, een ploegentijdrit. Rabo Liv werd daarin weliswaar derde, maar het team verloor veel terrein op de toppers van Velocio en Boels. Verlies was ingecalculeerd, maar 15 tot 30 seconden viel toch tegen. “Het was bepaald geen vlekkeloze ploegentijdrit”, vonden zowel ploegleider Koos Moerenhout als wegkapitein Lucinda. Eigenlijk moesten Lucinda, Anna van der Breggen en Roxane Knetemann voortdurend de kar trekken. Anna Knauer, Anouska Koster en Moniek Tenniglo hadden moeite te volgen. Dan valt de uitslag eigenlijk nog mee.

Later op de dag kwam het topsucces met de coup van Lucinda. Een prachtige actie. Stijlvol en met doodsverachting door de bocht. Op de website van haar ploeg Rabo Liv gaf ze een interview. Dat nemen we hier over.

Koos Moerenhout noemde die laatste bocht een ‘Truc speciaal’. Hoe kijk je er zelf tegenaan?
“Ik moet het straks nog eens goed terug zien, want het schijnt wel bijzonder te zijn geweest. Dat gevoel had ik zelf niet. Ik ging er wel vol in en de bocht liep ook heel lekker. Ik kon er mijn snelheid en techniek goed in kwijt, maar ik verwachtte, dat Jolien d’Hoore het wel zou opvangen. Dat dat niet gebeurde vond ik heel verrassend. Kennelijk was mijn bocht helemaal perfect.”

Je positioneerde erg goed en nam in de laatste 250 meter de kop. Hoe was het plan?
“Precies zo. We waren er al voorbij gekomen en toen heb ik het er met de andere rensters over gehad. Daar lagen kansen. Die bochtentechniek hoeven ze me niet uit te leggen. Wel hoe ik de laatste vijfhonderd meter moet doen. Meestal geef ik juist voor dat laatste stuk gas voor rensters als Marianne Vos. Anna Knauer, die meer sprintster is dan ik, gaf goede tips. De anderen hebben me goed afgezet. Het spannendste was nog het stuk voor de laatste vijfhonderd meter. Daarna liep het helemaal naar wens.”

En toen kwam het moment. Meteen na de voorlaatste bocht op kop. En toen?
“Ik wist dat ik als eerste die laatste bocht in moest. Anders maak je tegen die snelle vrouwen geen schijn van kans. Gisteren ging het eigenlijk ook al goed, maar lag de laatste bocht verder van de finish en kon ik niet doorversnellen. Nu was het nog maar een kort stukje. Het klinkt gek, maar ik ging er best comfortabel door. Het voelde niet als een groot risico. Het ging min of meer als een speer.”

Een massasprint winnen. Donderdag vierde. Wordt hier een nieuwe specialiste geboren?
“Misschien wel. Ik ben niet traag. Ik heb wel eens een sprintje van een kopgroep gewonnen, een paar jaar geleden in een etappekoers in Frankrijk, maar een massasprint is echt helemaal nieuw voor me. (lachend) Misschien moet ik de aandacht maar eens gaan verleggen.”

Hoe zit het nu met de pijn van de ploegentijdrit en de teleurstelling over het resultaat?
“Ach, de benen voelde ik echt nog wel. Maar dit maakt natuurlijk wel veel goed. Al was het ook wel wat teleurstellend vanochtend. Aan de ene kant is het niet geheel onverwacht. Aan de andere kant hoop je toch op meer. We zien het nu als een leermoment. Na de wedstrijd ook al met zijn allen geëvalueerd. Deze ervaring moeten we naar de volgende ploegentijdrit meenemen.”

Leave a Comment

Start typing and press Enter to search