Lucinda: ‘Ik reed in de finale volledig op instinct’

De deceptie op het NK van vorig jaar was groot voor Lucinda. Toen werd ze met goud in handen op een zucht van de finish voorbijgereden door Iris Slappendel. Nota bene een ploeggenote. Maar na zaterdagmiddag is die tegenvaller helemaal weggeslikt. De tweede nationale titel op drie kampioenschappen voelde voor Lucinda bijna als mondiaal goud. “Intens gelukkig natuurlijk. Goud op het NK voelt als een hele grote klassieker winnen.”

Je belandt in de finale in een kopgroep van tien. Met sprinters en drie blokken. Wat toen?
“Daar werd ik wel nerveus van. We waren beter met zijn tweeën geweest. Maar dat was nu eenmaal niet het geval. Ik had al snel door, dat dit de goede ontsnapping was en dat ik er maar het beste van moest gaan maken. Ik werd er wel nerveus van. In een kopgroep met sprinters en drie ploegen met meer dan een renster. Dan moet je afwegen hoe je een kans kunt creëren. Op de sprint gokken, brengt een te groot risico met zich mee, maar alles op een aanval zetten ook.”

Voordeel is dan wel dat je in die kopgroep niet het werk hoeft te doen.
“Ja, aan de ene kant wel. Maar dat werkte toch niet helemaal. Want op het moment dat er iemand gaat, kijken ze naar mij. We waren maar met drie eenlingen in die kopgroep. Er werd ook echt heel hard gereden. En ik voelde me wel goed vandaag, maar in de finale niet meer enorm fris. Ik wist dat ik het tactisch sluw moest spelen.”

Hoe heb je de afwegingen gemaakt in de finale?
“Eigenlijk niet. Ik ben volledig op instinct gaan rijden. Want ik wist echt niet wat ik moest doen. Het was allemaal heel dubbel. Als je het probeert met een demarrage weet je dat je daarna in de sprint helemaal niks meer bent. Dan is het over en uit. Maar blijven wachten, bracht ook risico’s met zich mee. Ik heb al die tactische afwegingen op een bepaald moment opzij geschoven en ben gewoon gaan rijden zoals het bij me opkwam.”

Beschrijf de laatste kilometers.
“Er waren drie rensters weg. Alle drie van ploegen met een dubbele bezetting in de kopgroep. In de achtervolging zaten we elkaar aan te kijken en toen wist ik dat ik niet meer kon wachten. Ik ben er naar toe gereden en had snelheid. Ik kwam er op een hele mooie plek bij. Een beetje omhoog naar een viaduct. Toen ben ik er meteen overheen gegaan. Ze reageerden niet direct en ik had snel een gaatje. Daarna kwam wel een moeilijk stuk met wind tegen. Maar ik wist dat het alles of niks was. Als ik maar met voorsprong bij de woonwijk in de buurt van de finish zou komen. En dat lukte.”

En nu?
“Op naar de Giro. De moraal is natuurlijk geweldig. Deze week reed ik ook al zo’n goede tijdrit. De hoogtestage in de Sierra Nevada is een goede keuze geweest. Ik voel, dat ik steeds beter word. De benen waren ook vandaag goed. Ik heb behoorlijk de lijn omhoog te pakken. Laat de Giro maar komen.”

[retweet]

Leave a Comment

Start typing and press Enter to search